Winter-wildkamperen in het Wilde Westen

Las Vegas

Las Vegas ruikt naar airco en ambitie. Naar tapijt dat te veel heeft gezien, naar goedkoop parfum en een zweem van sigaretten en alcohol. Geluid is overal. Muziek, stemmen, sirenes in de verte en dat constante, hypnotiserende rinkelen van slotmachines. Een mechanisch applaus voor mensen die blijven proberen. Het licht wil je hier vasthouden. Alles knippert, rinkelt en roept. Las Vegas is een kakofonie van beloftes. Van meer, sneller en groter. Van fonteinen, piramides, de Eiffeltoren, Venetiaanse kanalen en het Vrijheidsbeeld alsof de stad zichzelf niet kan verdragen en daarom steeds van kostuum wisselt.

Las Vegas ligt middenin de woestijn. Rondom is er niets. Het is alsof er een fata morgana aan een stroomkabel is gelegd. De zachte rode bergen rondom de stad omhelzen het fluorescerend neon als een natuurlijk amfitheater dat een kermis heeft geadopteerd. De rode rotsen van de woestijn hebben niets met de show te maken. Schreeuwende letters, knipperende pijlen, palmbomen van licht, reuzefonteinen en rinkelende casino’s roepen: kijk naar mij, blijf bij mij, koop, gok, drink en vergeet dat hierbuiten ook een echte nacht bestaat. Alsof de duisternis en de sterrenhemel een belediging zijn. En toch heeft Las Vegas iets indrukwekkends. Niet omdat het mooi is op een natuurlijke manier, maar omdat het zo schaamteloos is in zijn bestaan. Het is de uiterste versie van meer: meer licht, meer prikkels, meer belofte. En als je er te lang blijft, ga je vanzelf geloven dat vrijheid gelijk staat aan de keuze uit honderd cocktails en een open casino om vijf uur in de ochtend.

Winter roadtrip met de camper door Nevada, Utah, Arizona en Californië

Anderhalve dag gingen we op in Sin City. Las Vegas was het startpunt van onze winter roadtrip door Nevada, Utah, Arizona en Californië. De eerste nacht slapen we aan de Strip. De volgende dag begint het echte werk: winter-wildkamperen. We halen de camper op bij El Monte Rv. Het is de kleinste versie die ze hebben, maar in Hollandse ogen is hij toch Amerikaans, groot, brullend en degelijk. We laden de camper vol met boodschappen en rijden de stad uit.

Tip: Amerika is voor ons bijna een kersttraditie geworden. Op eerste kerstdag vliegen is vaak goedkoop, dus we ruilen kersttafel en kaarslicht geregeld in voor vertrekhallen en vliegtuigkoffie.

Tip: boek je camper direct bij een Amerikaans verhuurbedrijf. Spullen zoals een koffiezetapparaat en een toaster moet je erbij huren, net als beddengoed, stoelen en kookgerei. Maar het is veel goedkoper dan via een reisorganisatie. Verzekeringen kun je prima ter plaatse regelen. Wij betaalden (met Kerst) 800 dollar voor twee weken voor een 5 persoonscamper.

Valley of Fire

Al gauw maken de hoge gebouwen en knipperende cowgirls plaats voor cactussen en rood zand. De woestijn net buiten Vegas is adembenemend. Alsof je uit een lawaaierige kamer stapt en ineens je eigen adem weer hoort. Op nog geen 45 minuten rijden van de stad ligt de Valley of Fire. De lucht is oranje en roze gekleurd. De rotsen diep rood. Het lijkt wel een andere planeet. Het landschap ligt in lagen opgestapeld, plooien en ribbels als een oud vel papier dat te vaak is opengevouwen. Je ziet lijnen van tijd, alsof iemand met een mes door miljoenen jaren heeft getrokken en het langs de weg heeft laten liggen.

Overdag is het al absurd fotogeniek. Elk randje vangt licht. Elke schaduw maakt het dramatischer. Als de avond valt en de zon achter de rotsen zakt verandert het rood van fel naar fluweel. Het licht wordt pastel aan de randen en goud op de toppen, alsof iemand de wereld met een zachte kwast afwerkt. De stilte trekt aan en de drukte van Vegas is ineens een herinnering die niet meer past. ’s Nachts is de hemel diep zwart en bezaaid met sterren. We besluiten hier te overnachten, want buiten het hoogseizoen kun je overal staan met de camper. Omhuld door cactussen als donkere silhouetten horen we af en toe alleen een zuchtje wind dat schuurt langs het metaal van de camper. ’s Ochtends worden we wakker in een wereld die opnieuw begint in kleuren die je normaal alleen in filters ziet. We drinken buiten koffie tussen het vuursteen en de stilte. De dag brengt ons prachtige wandelingen in dit waanzinnig mooie State Park.

Tip: Veel State Parks zijn gratis en je kunt er ook overnachten voor een kleine fee (vaak zonder kampeervoorzieningen). Off season kun je hier prima gratis wildkamperen. Minder drukte, minder reserveringsstress, meer ruimte om te improviseren.

Zion National Park

We rijden verder richting Zion National Park. Zion voelt alsof je een kathedraal binnenrijdt, een grote open ruimte in waar de horizon nog van jou lijkt tot het landschap zich langzaam om je heen sluit. De wanden worden hoger en steiler. Het is stil, maar niet leeg. Je hoort water, wind hoog bovenin soms een vogel die ergens tegen de rots echoot. We lopen een stuk door The Narrows, tot we niet meer verder kunnen door het hoge water. Ook hier slapen we gratis onder de sterrenhemel middenin het park.

Tip: koop een jaarkaart voor de nationale parken als je er meer gaat bezoeken. Veel nationale parken vragen een entrance fee van 20-35 dollar en een jaarkaart kost 80 dollar. Update 2026: toeristen betalen in veel nationale parken een entrance fee van 100 dollar en de jaarkaart kost nu 250 dollar. Je bent hiermee dus nog steeds voordeliger uit maar de prijzen zijn flink gestegen.

Bryce Canyon, Horseshoe Bend, Monument Valley en de Grand Canyon

In Bryce Canyon is de aarde in een feestelijke bui geweest en niet meer gestopt met versieren. Overal waar je kijkt staat het vol met hoodoos: torens, pilaren en pieken in rijen en rimpels. Alsof iemand een hele stad heeft gebouwd van steen en daarna de bewoners is vergeten. Het is chaos met een esthetisch geweten. Juist met sneeuw vind ik het extra mooi.

Horseshoe Bend is het tegenovergestelde: één gebaar, één perfecte bocht, één fotogenieke plek. De Colorado River is ingesneden in steen en leunt groenblauw tegen een oranje rots.

Monument Valley is film zonder camera. De rode buttes zijn niet zomaar rotsen, het zijn symbolen. Het landschap is uitgestrekt en het is bijna vreemd dat er geen cowboy op een paard verschijnt boven op de uitstekende rotsen.

Tip: Monument Valley ligt in Navajo Tribal Park, grondgebied dat wordt beheerd door de Navajo Indianen. Je kunt de park entree niet betalen met je jaarpas, hiervoor moet je een aparte fee afdragen. Ook off season is het verstandig te reserveren als je de Loop Trail wilt rijden.

De Grand Canyon is geen uitzicht. Het is een afgrond waar je brein zich aan stoot. Er is veel sneeuw gevallen en de weg is daardoor afgesloten. We moeten overnachten op een vlakte boven de afgrond. Het is prachtig en de canyon is te groot om in één keer te bevatten. Laag op laag op laag zien we kleuren als geologische jaarringen: zand, roest, paars en schaduwblauw. In de diepte kronkelt iets dat je pas later als rivier herkent, omdat alles op die schaal onwerkelijk wordt. De aarde toont hier even haar binnenkant.

De Route 66 naar Kingman en Oatman

Over de Route 66 rijden we naar de oude mijnstadjes. Aan een tafeltje met chromen randen eten we een burger in een typisch Amerikaans diner waar de koffie iets te heet is en de portie veel te groot. Een kauwgomknauwende serveerster schenkt ons een halve liter chloorwater met ijs en oneindige te hete koffie. Kingman is geen highlight, het is het soort plaats dat de reis bij elkaar houdt. De lijm tussen de scènes. Oatman is een ander verhaal. Oatman is alsof iemand een westernset is vergeten uit te zetten. De weg ernaartoe slingert door de bergen, smal en bochtig, met afgronden waar je niet te lang naar moet kijken. We rijden omhoog en de wereld wordt ruiger, stiller, en dan ligt daar dat stoffige straatje met houten gevels, vol met ezels en een sfeer die tegelijk charmant en licht ongemakkelijk is. Iets tussen historisch en gearrangeerd in. Ondertussen waait er stof over alles, alsof het dorp zichzelf voortdurend opnieuw in sepia kleurt.

Ghost towns

Na Oatman geeft het landschap meteen dat beeld uit westernfilms, maar dan zonder soundtrack. Tumbleweed dat over de weg rolt, droge struiken, een eindeloze weg en een eenzame cactus hier en daar. Af en toe rijdt er een lange goederentrein dwars door het landschap, door het grote niets, alsof het ook een hallucinatie had kunnen zijn.

Ons Oudejaarsavondplan was om te gaan eten in een super Amerikaans restaurant en daarna ergens vuurwerk kijken (of wat Amerikanen in de woestijn dan ook doen met middernacht). Maar Amerika is groot op een manier die je plannen niet persoonlijk neemt. Urenlang kwamen we niets tegen. Geen restaurant, geen lichtjes, geen bordje. Het werd donker, en toen zagen we op de kaart een dorpje in Nevada. Een naam, een stip, een belofte van warmte. We reden erheen, maar het bleek verlaten. Een pickup met een gewapende man in de laadbak reed rondjes en hoewel ze niks deden, hadden we niet bepaald een welkom gevoel. Outlaws. Cowboys zonder filmset. Het Wilde Westen dat even ophield met romantisch zijn.

Dus we reden verder, het donker in, op zoek naar beschutte plek waar we rustig konden staan. Er waren enkel vlaktes en het was al lang donker. Beschutting is in de woestijn vooral een concept. Uiteindelijk belandden we middenin het niets. Geen dorp, geen vuurwerk, geen restaurant. We maakten een vuurtje, proostten met koffie en een koekje uit een verkreukelde verpakking en dachten dat het stil zou blijven. Dat is waar de zandstorm begon. De wind rukte aan de camper en zand tikte tegen het glas als nagels. Alleen wij, een rijdend huisje, en een storm die besloot dat oud en nieuw wel zonder champagne kon. Buiten gierde de wind, binnen tikten korrels zand en we luisterden naar het geweld van de storm. Wachten tot de wereld weer normaal wilde doen. Amerika is prachtig en onverschillig tegelijk.

Death Valley

De volgende ochtend was de lucht weer helder. We zetten koffie met koude handen, keken naar de eindeloze ruimte en reden verder richting Death Valley. De leegte langs de eindeloze weg werd steeds leger, alsof de wereld langzaam alle decorstukken weghaalt. In de winter vind je in Death Valley niet het cliché van zinderende hitte die je adem afpakt. Geen smeltende asfaltlucht, geen paniek in je poriën. Wel een aangename warmte en het besef van oneindigheid. De desolate zoutvlaktes van Badwater Basin die wit glanzen als een bevroren meer waar nooit water in mag blijven. Ribbels in de grond alsof de aarde hier rimpelt van ouderdom. Je hoort er bijna niets dan voetstappen die knarsen, een jas die ritselt, je adem die ineens aanwezig wordt. Het lijkt wel een maanlandschap. Hoe groot kan iets zijn als niemand het probeert te temmen? We rijden the Artist Drive en elke bocht geeft een nieuw palet. Death Valley is prachtig.

Area 51

De camper brengt ons naar Area 51. Uren rijden we over de Extraterrestrial Highway, met dat rare gevoel dat je steeds verder in een verhaal rijdt dat iemand anders ooit heeft verzonnen. Je komt bijna niets tegen. Een enkel huis, compleet verlaten in the middle of nowhere heeft een bord met KEEP OUT op het hek gespijkerd. Een kapotte deur hangt te klapperen in de woestijnwind. Is het een voorbode van wat we gaan zien? Bestaat de plek waar we nu heen rijden eigenlijk wel echt? Is hier überhaupt wel leven?

Uiteindelijk, na heel veel uren rijden door het niets, bereikten we het dorpje dat bij Area 51 hoort. Het bestaat uit niet meer dan een paar gebouwen en een idee. We eten een burger –offcourse– bij Little A’Le’Inn. Natuurlijk reden we door naar de gate van Area 51. We hobbelden over een zandweg vol kuilen, zo hard dat alle deurtjes in de camper open sprongen alsof zelfs onze kastjes niet konden wachten om te zien wat erachter zat. Wat zou daar zijn? Wat gebeurt er als je daar te lang blijft staan? Wie beslist dat we niet verder mogen? Bewakers dus. Ze hielden ons tegen na 10 mijl hobbelen. We draaiden om met meer vragen dan toen we kwamen, en dat is waarschijnlijk precies de bedoeling.

Red Rock Canyon

Via Red Rock Canyon reden we terug naar Las Vegas. Het laatste restje woestijn, rode rotsen en oneindigheid voordat we weer terug zijn in de neon, de airco en het idee dat je overal kunt eten, slapen, kopen en verdwijnen zonder dat iemand je naam hoeft te weten. Het meest ironische aan deze reis: we vergaten ook maar één dollar te vergokken. Op zoek naar het Wilde Westen, naar sterren, stilte en zandstormen is Vegas alleen maar het begin- en eindpunt. Een decor waar je doorheen loopt op weg naar het echte verhaal. En dat was er. Amerika blijft ons trekken. Misschien juist door die tegenstrijdigheid. Omdat je er kunt starten in neon en eindigen in stilte.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.