Doelloze rust, koriander en een internationale deurknop-sidequest

In de koelkast liggen Japanse soja-eieren te marineren. Ze dobberen in een donker bad van sojasaus, mirin en specerijen. Vanavond eten we ze met misosoep, ramen en wat mij betreft een halve kilo koriander. Koriander is pikant, bitterzoet, een beetje limoenachtig en opvallend omstreden voor een onschuldig groen plantje. Voor een deel van de mensheid smaakt het naar afwasmiddel, maar voor mij smaakt koriander naar meer. Naar iets scherps en fris dat door al het warme, zoute en zachte heen snijdt.

Ja, ik behoor zonder voorbehoud tot kamp koriander. Ik voeg het toe tot een gerecht wakker wordt.

Voor volgende week zoek ik ook nog zo een ingrediënt. We hebben namelijk een week vakantie. Normaal gesproken zou ik nu nog stapels werk proberen weg te werken, tussendoor snel bij onze ouders langsgaan om gedag te zeggen en pas daarna ontdekken dat ik het visum nog steeds niet had aangevraagd. Er zouden formulieren openstaan op mijn laptop, half ingepakte rugzakken op de grond liggen en ergens in mijn hoofd zou het besef knagen dat we straks zonder internet in de jungle terechtkomen, ver van de bewoonde wereld, zonder precies te weten waar we slapen of hoe we daar komen. Geweldig vind ik dat. Precies dat mengsel van stress, haast en het naderende onbekende laat mijn hart sneller slaan.

Maar nu wacht er alleen een lege agenda op me.

We hebben onze tijd en ons geld bewust in de verbouwing gestoken. Na mijn ziekteperiode had het verbouwen en comfortabel maken van ons oude huis meer prioriteit dan een verre reis. We zouden deze vakantie niet de wereld in trekken, maar hier eindelijk meters maken. Een poort timmeren, de nieuwe garage isoleren en de voordeur schilderen. Dat is niet het soort avontuur waarvoor je een visum nodig hebt, maar niettemin een project met een bestemming. Naar een plek die helpt herstellen in plaats van een hoop stenen die voortdurend energie vraagt.

Dat was althans het plan. Maar nu ligt de warmte als een deken over het huis. Het is te heet om te isoleren of te schilderen en te heet om in het open veld een poort te timmeren. Het geld dat anders naar een reis had kunnen gaan, zit in materialen waar we voorlopig alleen naar kunnen kijken.

Alleen de voordeur is intussen bijna af. Er zit een nieuw kozijn in en Chris heeft het geheel prachtig grachtengroen geschilderd. Maar er ontbreekt nog een antieke deurknop. Niet zomaar een deurknop. De juiste deurknop. Een die oud genoeg is om bij het huis te horen, zonder nadrukkelijk oud gemaakt te zijn. We hebben op Marktplaats gekeken, bij handelaren gezocht in Nederland en België en door eindeloze pagina’s met messing, brons en Victoriaans-ogend namaakbeslag gescrold.

Niets.

Objectief gezien is het maar een deurknop. Een klein stuk metaal op een verder functionerende deur. Maar nu de rest van de verbouwing stilligt vanwege de hitte, krijgt dat ontbrekende detail ineens een gewicht dat het nauwelijks kan dragen.

De verbouwing werd ons grote project. Als we voorlopig niet ver weg konden, konden we hier tenminste iets in beweging zetten. Iedere geschilderde deur, afgewerkte muur en verdwenen kier bracht ons dichter bij een huis waarin ik mij lichamelijk beter zou voelen. Er was een doel, er was vooruitgang. En richting. Ik leef op ideeën en beweging. Mijn hoofd is gewend ergens naartoe te werken: een besluit, een verhaal, een vertrekdatum of desnoods een voordeur die aan het einde van de dag compleet is. Sommige mensen noemen dat drukte. Ik noem dat betekenis.

Tijdens de doordeweekse drukte verlang ik altijd naar een lege zondag. Naar nergens heen hoeven en niemand spreken. Tot het zondag is en ik ook echt niks hoef. Dan verveel ik me. Rust zou weldadig moeten zijn. Zacht. Een leeg vel waarop langzaam iets nieuws ontstaat. Bij mij verandert rust zonder richting al snel in stilstand, en stilstand in een drassige bodem waarin ieder initiatief langzaam verdwijnt. Ik zoek geen rust, ik zoek avontuur.

We zouden naar een terras kunnen. Maar dan zitten we daar, alleen met duurder drinken. We zouden een dagje naar een stad, museum of bos kunnen. ‘Dan ben je er toch lekker even uit’, zeggen mensen dan.

Ik weet dat het goed bedoeld is. Toch voelt het antwoord klein tegenover iets dat zich al bijna twee jaar van niet-reizen heeft opgestapeld. We zijn de afgelopen twee jaar wel weggeweest. Naar Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk, Italië, België en Duitsland. Mooie landen, fijne vakanties en precies wat we op dat moment aankonden. Ik weet hoe bevoorrecht het klinkt om dat op te sommen en vervolgens te zeggen dat ik toch het gevoel heb dat ik niet werkelijk heb gereisd.

Chris begrijpt dat pas wanneer ik het vertaal naar motorrijden. De motor is voor hem geen vervoermiddel. Het zit onder zijn huid. Als hij niet kan rijden, kijkt hij naar buiten alsof daar een deel van zijn leven zonder hem voorbijtrekt. Hij wil de weg voelen, de machine onder zich, de bochten, de snelheid en dat korte verdwijnen uit alles wat vaststaat.

“Stel dat jij twee jaar niet zou kunnen motorrijden. En dat ik je daarna een snorfiets geef waarmee je een klein rondje door de tuin mag rijden om je koest te houden.” Hij kijkt me aan alsof ik zojuist een buitengewoon onsmakelijk medisch scenario heb voorgesteld. Daarna begrijpt hij het.

Het verschil zit niet in het aantal kilometers of de grenzen die we moeten oversteken. In deze landen bleef de wereld om ons heen grotendeels herkenbaar. Ik kon de verkeersborden lezen, begreep ongeveer hoe het dagelijks leven werkte en wist meestal wat er van mij werd verwacht. Ook wanneer ik de taal niet vloeiend sprak, kon ik woorden afleiden, een menu ontcijferen en zonder veel moeite mijn weg vinden. We waren ergens anders, maar ik hoefde mijn eigen manier van kijken nauwelijks los te laten. Die vakanties gaven rust, afstand en een ander uitzicht. Maar geen avontuur. Soms was het dezelfde lege zondag, alleen zat ik dan op een terras in Frankrijk, aan een meer in Italië of voor een appartement in Zwitserland. De omgeving was mooier en het eten beter, maar vanbinnen bewoog er nog steeds weinig.

Het soort reis waarin ik mezelf het duidelijkst herken, begint juist waar die herkenbaarheid ophoudt. Waar de taal mij geen houvast biedt en mijn aannames niet vanzelf blijken te kloppen. Waar ideeën over familie, geloof, vrijheid, tijd of geluk anders zijn dan de mijne en ik moeite moet doen om niet onmiddellijk vanuit mijn eigen logica te kijken. Meestal ontdek ik vooral hoeveel context ik mis en hoe weinig ik begrijp. Vakantie geeft mij een ander uitzicht. Reizen verschuift mijn blik. Een dagje weg is voor mij die snorfiets van Chris.

Ik mis niet alleen een avontuurlijke bestemming. Ik mis de versie van mezelf die onderweg vanzelf tevoorschijn komt. Nieuwsgierig, moedig en alert. De versie die niet voortdurend nadenkt over facturen, gezondheid, familieomstandigheden, kozijnen en muren waarachter zich vermoedelijk nog drie nieuwe problemen bevinden.

Die versie is niet verdwenen. Die versie kan alleen nergens heen. Dus gaat iets vanbinnen steeds harder roepen. Mijn hoofd gaat op reis. Dat begint nog redelijk. Ik zoek immers een deurknop. Zo staat Engeland vol oude huizen, antiekwinkels en salvage yards. Loodsen waar complete schouwen, glas-in-loodramen, trapspijlen en vermoedelijk duizenden verweesde deurknoppen wachten op iemand met te veel fantasie.

Donderdag na mijn werk zouden we naar Calais kunnen rijden, denkt mijn hoofd dan. De boot op. Vrijdag wakker worden aan de andere kant van het Kanaal en een paar dagen langs rommelmarkten, antiekzaken en loodsen vol resten van verdwenen landhuizen rijden. Ondertussen naar het landschap kijken, kloven verkennen, iets beklimmen en kijken hoe de zee op de witte kliffen beukt. Een normaal mens bestelt een deurknop online. Ik neig naar een internationale sidequest om die deurknop te zoeken. Zodat ik toch nog een beetje kan ontsnappen aan dat thuiszitten.

Van al dat thuiszitten radicaliseer ik. Kennelijk gebeurt dit wanneer iemand met een sterk exploratief karakter te weinig nieuwe ervaringen opdoet. Het brein begint de honger te voeden met steeds grotere dromen. Hoe ver kom ik in een week met vijfhonderd euro en een ongezond gebrek aan realiteitszin? Kan ik naar Japan vliegen om misosoep te proeven? Of naar Transnistrië rijden? Misschien hebben ze daar mooiere deurknoppen dan in Engeland?

Nog een paar lege vakantiedagen en ik teken met een markeerstift de route naar Vladivostok op onze pas geschilderde voordeur. Chris roept me terug, de realiteit in. Misschien gaan we donderdag naar Engeland. Misschien ook niet. Voorlopig is de gedachte belangrijker dan de beslissing. Het idee dat de week niet volledig dicht ligt. Dat er ergens nog een kier zit waardoor iets onverwachts naar binnen kan. Een paar dagen Engeland zullen twee jaar reislust niet oplossen. Een snorfiets wordt geen motor doordat je ermee de tuin uit rijdt. Maar misschien hoeft niet ieder vertrek alles te herstellen.

Misschien hoeft het alleen iets in beweging te zetten.

Koriander maakt van ramen ook geen ander gerecht. Het voegt alleen iets toe dat scherp en fris is, een beetje schuurt en waarvan niet iedereen begrijpt waarom het erin moet. Het snijdt door het vlakke heen en zorgt ervoor dat alles wat al in de kom lag weer ergens naar smaakt. Misschien is dat wat die ontbrekende deurknop is. Niet het doel, maar het ingrediënt voor volgende week.

Tegen de avond eten we de soja-eieren met ramen, misosoep en een hoeveelheid koriander die iedere tegenstander persoonlijk zou opvatten. Het gerecht is niet wezenlijk anders geworden. Wel een stuk minder braaf.

De deurknop ontbreekt nog. Engeland is niet geboekt. Chris zoekt nog steeds rust. Ik nog steeds een deurknop en avontuur. Maar voor volgende week heb ik in ieder geval een mogelijk ingrediënt gevonden dat de week wat pittiger maakt.

2 Reacties

  1. Wat weer super om te lezen Kelly, jij verwoord het precies zoals het is.
    Je weet dat je binnenkort (binnenkort = ruimbegrip) ‘moet’ gaan. XY

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.